De hoofdonderwerpen die aan bod komen wanneer er gesproken wordt over een dieet zijn altijd vetten en suikers. Het verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetten heb ik al eens aan jullie uitgelegd, maar nu wil ik graag wat meer vertellen over suikers. Wanneer je de voedingswaardentabel op verpakkingen bekijkt zie je dat suikers altijd onder de koolhydraten worden geschaard, niet heel vreemd want van koolhydraten in voeding maakt het lichaam suikers (glucose) aan, de brandstof waarop het lichaam werkt. Sommige koolhydraten worden sneller omgezet in suiker dan andere koolhydraten en daarom wordt er ook wel gesproken van ‘snelle’ en ‘langzame’ koolhydraten of zoals wij het noemen: snelle & langzame suikers. Maar hoe zit dit nu precies en in welke voedingsmiddelen vinden we snelle suikers terug? OMF legt uit!

Glykemische index
De Glykemische index, een lastig woord om uit te spreken, bepaalt de mate van snelheid waarmee de glucose in het bloed terecht komt. Op voedingsmiddelen wordt de Glykemische index (GI)  aangeduid met een getal. Een lage GI betekent dat de bloedsuiker langzaam stijgt en ook weer langzaam daalt. Bij een hoge GI is dit uiteraard het tegenovergestelde: de bloedsuiker stijgt heel snel maar daalt ook weer heel snel. In de huidige volksmond zorgen voedingsmiddelen met een hoge GI voor een sugarrush. Denk hierbij bijvoorbeeld energiedrankjes. Deze bevatten vaak een hoge GI indexering en staan erom bekend dat ze snel voor veel energie zorgen.

Volgens Het Voedingscentrum wordt de GI op de volgende manier bepaald:

De GI van een product wordt als volgt bepaald: De stijging van het bloedsuikergehalte na het eten van 50 gram koolhydraten van een product (A) wordt vergeleken met de stijging van bloedsuikergehalte na het eten van witbrood of glucose (B) door dezelfde persoon. De stijging van het bloedsuikergehalte wordt gedurende 2 uur gevolgd. Vervolgens worden de metingen van A en B met elkaar vergeleken.  De verhouding tussen deze 2 metingen bepaalt de GI-waarde ((A/B)*100). De GI van suiker is 100.

Bij eten met een hoge GI ligt de GI rond de 70 of hoger. Een lage GI is een GI van minder dan 55.

Het bepalen van de glykemische index van voedingsmiddelen is echter best lastig aangezien het afhankelijk is van een aantal factoren. De bereidingswijze van een product is bijvoorbeeld van belang op de GI, maar ook de rijpheid van een stuk fruit of de snelheid van de damwerking.

Verzadigingsgevoel
Een makkelijkere manier om het verschil tussen snelle & langzame suikers uit te leggen is aan de hand van het verzadigingsgevoel. We weten allemaal dat we van bepaalde producten sneller vol zitten dan van andere producten. Echter is de snelheid waarmee het gebeurd niet zozeer van belang maar wel de tijd die daarna verstrijkt. Van een handjevol noten zullen we bijvoorbeeld sneller en langer verzadigd zijn dan van één Snicker. Logisch ook, zeker wanneer je kijkt naar het verhaal dat ik je net verteld heb over de Glykemische index. Een handvol walnoten bevat een GI van rond de 15%, de zojuistgenoemde Snicker bevat een GI van rond de 55%. Een aanzienlijk verschil.

De producten die worden aangeraden voor een gezond voedingspatroon bevatten veelal langzame suikers. Denk hierbij aan appels, volkoren pasta, rijst, noten en bladgroenten. Producten die voor een sugarrush zorgen als taartjes, koek, candybars bevatten snelle suikers en zijn meestal ongezond.

Gezond/ongezond
De Glykemische index zegt niet alles over een product. Een voedingsmiddel kan prima een lage GI hebben maar alsnog heel vet zijn. M&M’s bevatten dankzij toevoeging van de pinda’s een vrij lage GI maar zijn natuurlijk absoluut niet gezond te noemen. Naast de suiker bevatten ze namelijk ook een enorme hoeveelheid aan vet. Luisteren naar je lichaam en goed de voedingswaardetabellen van voedingsmiddelen lezen zijn dus de oplossing. Test het uit: van welke voedingsmiddelen zit je langere tijd vol en van welke niet. Laat bij voorkeur de laatste staan en kies voornamelijk voor langzame suikers. Staar je daarnaast niet blind op de GI index maar let ook op de andere voedingswaarden!

Bronnen: Diabetesfonds.nl | Voedingscentrum.nl | Glykemische-index.com
Bron featured image: blog.cure4life.eu 

5 reacties

  1. Susanne

    Fijn om eens en soort samenvatting te lezen. Ik heb me ook weleens in verdiept maar werd vaak gek van: ‘dit mag wel’ en ‘dit mag niet’. Net als wat zegt: een product heeft zoveel voedingswaarde dat de GI niet alles bepalend is.

    Beantwoorden
  2. Marije

    Leerzaam! Ik kan sinds mijn maagverkleining niet meer tegen snelle suikers. Heel vervelend, maar het geeft me wel weer de ruimte om meer te experimenteren met eten. Heb jij nog tips voor me?

    Beantwoorden
    • Sabine

      Vooral producten eten met langzame koolhydraten uiteraard. Deze zitten vooral in: zilvervliesrijst, volkoren pasta, groenten (behalve mais en doperwten) en peulvruchten zoals bonen, erwten en linzen maar ook in granen en bruin brood.

      Daarnaast is het vooral een kwestie van etiketten lezen. Suiker staat standaard vermeld in voedingswaardetabellen wanneer het is toegevoegd en hierbij is de regel hetzelfde als bij beautyproducten: hoe eerder het in de lijst voorkomt, hoe meer er van in zit.

      En ik denk dat het aankomt op veel zelf maken, dan weet je altijd precies wat er in een bepaald gerecht gaat! :)

      Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.